CNR-logo

de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

opnametips

 

Start
Terug

 

 

 

Het opnemen van vogelzang in de natuur.

Vooral gebaseerd op de ervaringen van Wil Heemskerk, met bijdragen van andere CNR-leden.  

Het opnemen van de zang van vogels in de vrije natuur is lastiger dan je misschien zou verwachten.

De achtergrondruis van verkeer en dorpsgeluiden is vaak nadrukkelijk aanwezig, als je later de opnamen terug beluistert valt dit extra op. Een goede manier om deze ruis te verminderen is om pas opnamen te gaan maken bij windkracht kleiner dan 3 Bft. Dit voorkomt al veel achtergrondruis. Nog beter is als je opnamen maakt met de microfoon zo laag mogelijk: 25 à 50 cm boven de grond. Het scheelt ook als je het laag-af filter (low-cut filter) van de microfoon of recorder op ‘aan’ zet; met name vliegtuig-herrie wordt dan een stuk minder.

 

De microfoon-keuze is ook een belangrijk punt: de rondomgevoelige microfoons nemen het hele geluidsbeeld op, dus ook een storende achtergrond met veel omgevingslawaai. Dit type microfoon is helaas in ons drukke Nederland moeilijker te gebruiken.

Een richtmicrofoon heeft t.o.v. een rondomgevoelige microfoon het grote voordeel dat hij minder gevoelig is aan de achterzijde.

Voordat je er een geluidsopname mee maakt, kun je dan eerst een test doen met een gesloten koptelefoon om zo de meest storende achtergrondgeluiden te lokaliseren; de meest storende achtergrond houd je dan aan de achterkant van de richtmicrofoon.

Een parabool is weliswaar nog richtinggevoeliger dan een richtmicrofoon, maar heeft als nadeel dat geluid ook een klein beetje via de achterkant van de schotel binnenkomt.

 

En als je niet oppast zijn er dan nog storende bijgeluiden. Wil Heemskerk:

‘Toen ik begon met het opnemen van natuurgeluid zorgde ik zelf voor storend bijgeluid. Later, als ik thuis de geluidsopnamen afluisterde, hoorde ik de meest rare bijgeluiden. Gekraak, geborrel en gesnuif, dit alles veroorzaakte ik ongemerkt zelf. Door een verkoudheid had ik het regelmatig neus-ophalen niet door. Het stond er prachtig op, ook de krakende jas had ik te laat in de gaten. Een lege maag geeft weer geborrel op de achtergrond, bij de zang van een vogel is dit knap vervelend.

 

Aan te raden is soepele kleding die niet kraakt, geen waxjas of regenjas. Ook onopvallende stemmige kleding tegen verstoring is aan te raden: beige, bruin of groen is prima.

De microfoon op statief en minimaal 2,50 m verlengkabel voorkomt veel storen door zelf veroorzaakt gerommel (handcontact) in de opnamen. Soms gebruik ik een microfoon-verlengsnoer van 15 meter en zit dan met de recorder op veilige afstand. Het is voor de op te nemen vogels dan ook minder verstorend.

Tot slot:

Veel plezier bij het vastleggen van natuurgeluiden! Het is niet één van de gemakkelijkste hobby’s, maar voor mij wel één van de mooiste.’

 

Opname-tips

Vooral bedoeld voor het opnemen van vogelgeluiden in de natuur met een richtmicrofoon of parabool.

 

1. Draag soepele kleding (geen krakende jas); kleur: beige, bruin of groen/grijs

2. Gebruik een microfoon/parabool liefst op statief (geen contactgeluid van hand)

3. Laag-af filter microfoon of recorder op ‘aan’ (vermindert wind en contactgeluid)

4. Maak alleen opnamen bij windkracht minder dan 3 Bft (minder ruis van bomen)

5. Gebruik bij het opnemen een gesloten koptelefoon, anders hoor je de omgeving en

    het geluid dat je wilt opnemen door elkaar

6. Zoek met de koptelefoon op waar de wind met de storende achtergrondruis (verkeer

    e.d.) vandaan komt en houdt die aan de achterkant van de microfoon

7. Benader het hoofdonderwerp (vogel) met de microfoon zo dicht mogelijk, dan komt de vogelzang beter los van de achtergrond, het vergroot de dynamiek.

     Houd daarbij wel de volgende gedragsregels in gedachten:

    - vermijd iedere verstoring en houd je aan de toegangsregels

    - speel geen geluid af om vogels te lokken

8. Voor minder bijgeluiden microfoon zo laag mogelijk bij de grond houden (25-50cm), scheelt al gauw 10 dB achtergrond-ruis

9. Het hoofdgeluid (vogel) op recorder-display tussen -12/-6 dB uitsturen, nooit over de 0 dB uitsturen (vervorming), achtergrondgeluid onder de -30/-40 dB houden, in deze  verhouding komt het vogelgeluid mooi los van de omgeving

10. Zet voordat je gaat opnemen altijd je mobieltje uit. Niet alleen kun je dan niet ongewenst gebeld worden tijdens opnames, maar een mobieltje zoekt periodiek contact met een zendmast en dat kan leiden tot hinderlijk ratelende en zoemende interferentie in je opname via microfoonkabels en pluggen.

11. Neem voldoende reserve accu’s of batterijen mee, tevens een reserve microfoonkabel 

  12. Kies een gunstig tijdstip: ‘s-morgens vroeg bij zonsopkomst is de vogelzang massaal en de omgevingsruis het minst, een paar uur later is de zang al minder. Op zondagochtend is er minder woon-werkverkeer en slapen veel mensen uit. Daardoor zijn er op die ochtend vaak minder omgevingsgeluiden dan op andere dagen van de week

  13. Ga vaker naar het zelfde gebied om opnamen te maken en leer zo het gebied beter kennen

  14. Noteer wat de beste windrichting is in dit gebied (minste bijgeluiden) met de dagen/uren

  15. Door veel te gaan vogelen en opnamen te maken, ‘dwing je het geluk af’ (vergroot trefkans)

16. Wees kritisch met de opgenomen geluiden, het wegdoen van mindere opnamen vergroot de kwaliteit van je verzameling en mede daardoor het luisterplezier

 

 

 

 

 

 

web analytics

 

 

 

 

 

Page Update: 22-07-2015 «·» © CNR/FW