CNR-logo

de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

imitatiestramien

 

Start
Terug

 

 

 

Het imitatiestramien van vogels

Wim Rougoor

Met het opnoemen van al de bijzonderheden over Gekraagde Roodstaarten zou ik haast vergeten te vertellen dat het gewoon een genot is om naar hen te luisteren. Helaas was de soort veel minder algemeen en daardoor was het niet eenvoudig om aanvullende gegevens over roodstaarten te verkrijgen. Bij de Gekraagde Roodstaart gaat het imiteren min of meer in vaste volgorde. Dat wil zeggen: eerst komt de kenmerkende zang. Een licht krasserig 'hmm, de, de, de, riu, riu, ... ', waarbij op de ... zo goed als altijd een imitatie volgt. Soms luid en duidelijk, maar vaak ook zacht en onvolledig.

Er zijn meer vogelsoorten die min of meer met een vast schema imitaties ten gehore brengen. Zo hebben de Merel en de Blauwborst ongeveer hetzelfde als de Gekraagde Roodstaarten: eerst een deel van de eigen, typerende zang met daaropvolgend een nabootsing, waarna meestal de zang tijdelijk wordt beŽindigd. Bij de Merel komt er nog een kleine, onduidelijke draai achteraan. De Bosrietzanger, de Grasmus, de Spotvogel en de Tuinfluiter zijn voorbeelden van het tegenovergestelde. Bij hen is er geen enkele standaard te ontdekken. Dat gaat zelfs zo ver dat het een groot probleem wordt voor de vogelaar om het individu aan zijn zang te herkennen: namelijk als de zang zo goed als alleen uit imitaties bestaat. Naarmate er meer wordt geÔmiteerd, begint juist de soorteigen zang steeds meer op een imitatie te lijken.

Misschien verbaast het om de Grasmus in dit rijtje tegen te komen. Nu ik er speciaal op ben gaan letten kan ik u verzekeren dat ook de Grasmus tot bijzondere prestaties in staat is. In de regel is de Grasmus een bescheiden imitator met een gering aantal soorten, waarvan het merendeel nog vrij onopvallend ten gehore worden gebracht. Aan de andere kant kan ik vertellen van een Grasmus die helemaal knettergek op een vrouwtje een brabbelliedje ten gehore bracht waarin niets meer was terug te vinden van z'n eigen zang. Uiteraard was ik natuurlijk weer te laat met het opnemen, hij was al enige tijd bezig, maar ik heb in elk geval een stukje van een minuut lengte waarin meteen achter elkaar zo'n zestien vogelsoorten de revue passeren. Gewoon een muzikaal boeketje voor z'n geliefde! Na die laatste zestig seconden die ik nog heb kunnen opnemen ging hij min of meer weer normaal verder met de 'standaardzang'. In het vroege voorjaar van 1991 hoorde ik langs de Torenvalkweg in Flevoland een vogeltje in de struiken zingen die ik niet 'thuis' kon brengen. Hij zong erg zacht, maar vooral het aantal imitaties dat ik kon herkennen bracht mij in de war. De vogel leek op een Grasmus, maar daar was niets van te horen! In ongeveer vijf minuten zang hoorde ik vijfentwintig geluiden van andere vogelsoorten en daar was bijna niets van een Grasmus bij. Later bleek dit een record-aantal voor de soort te zijn.

blauwborstjeWitgesterde Blauwborsten hebben relatief weinig imitaties maar zijn daar wel consequent in: zo goed als iedere Blauwborst imiteert en elk individu heeft zo zijn eigen repertoire. Bijna alle Blauwborsten hebben het 'krantengeritsel' van de Zwarte Roodstaart in hun repertoire. Veel hebben ook de Gierzwaluw in het programma. Zelden hebben zij een thema volledig overgenomen; meestal kleine, korte fragmenten, maar wel vaak worden zij ten gehore gebracht. Dat wil zeggen: met een zekere regelmaat. Zoals al opgemerkt: eerst een deel van de eigen, typerende zang waar meestal een imitatie op volgt. Anders volgt er een onduidelijk gebrabbel waar de Blauwborst zelf geen raad mee lijkt te weten. Uit het repertoire van de Blauwborst, min of meer los van imitaties, blijkt duidelijk zijn verwantschap met de Roodborst, de beide roodstaarten en de Nachtegaal [Lebret 1972, Slijper 1972].

Waar de imiterende zangers fragmenten van andere soorten in hun repertoire opnemen proberen wij met tabel 5 visueel te maken. Hier stelt een blauwe balk zoiets voor als 'soms hier' en een groene balk betekent 'meestal hier'. Blanco is geen van beide: de normale zang. Uiteraard is er geen enkele vogel die zich strikt aan dit gegeven zal houden. De schematisch weergegeven tijdsduur, tussen begin en einde, stelt een strofe of een fragment voor die onderling gescheiden worden door (korte) stiltes. Deze tijdsduur is voor iedere soort verschillend. Dat kan variŽren van (een) enkele tot tientallen seconden. In het schema gaan wij uit van een, min of meer, voortdurende zang. Dus een zanger die op 'dreef' is. Met uitzondering van Bosrietzangers laten de meeste zangers als zij niet goed doorzingen beduidend minder imitaties horen. Bij de Vlaamse Gaai gaat het in het bijzonder om de zachte brabbelzang die rijk is aan variaties.

Vervolgens meer over het imitatietalent van vogels. 

 

Page Update: 22-07-2015 ę∑Ľ © CNR/FW