CNR-logo

de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

onderzoekje

 

Start
Terug

 

 

 

Onderzoek naar het imitatie-talent van vogels 

Wim Rougoor

De probleemstelling 

Zo zijn wij weer teruggekomen op het onderwerp 'imitaties'. Het imiteren door Spreeuwen, Bosrietzangers en Spotvogels is algemeen bekend maar nauwelijks geïnventariseerd.spreeuw Af en toe leest men eens iets over imitaties door andere vogelsoorten, maar ook hiervan is nog geen (totaal-)overzicht bekend. Toch zou dit onderzoek met betrekkelijk eenvoudige middelen kunnen worden uitgevoerd. Min of meer afhankelijk van hoe groot of hoe breed men het één en ander wil onderzoeken. Om een indruk te geven waar wij het nu eigenlijk over hebben bij imitaties heb ik een 'voor-onderzoekje' verricht. Zo zijn er veel vragen te stellen, want: was de Tuinfluiter bij Staverden met zijn zeventien imitaties een bijzondere zanger? Was de Merel op het grasveld met zeven nabootsingen apart? Bij welke andere vogelsoorten komen imitaties voor en is dat bij hun net zo algemeen als bij de Spreeuw? Welke geluiden hebben bij de zangers de voorkeur? Wanneer en onder welke omstandigheden imiteren vogels? Hoe worden nabootsingen in de 'normale' zang opgenomen? En dan is er natuurlijk de vraag: waarom imiteren vogels? [Everdingen 1976, Mace 1987, Martens 1985, Redactie 1984] Ik heb niet de illusie en de intentie gehad om op de laatste vraag een antwoord te geven. Het enige wat ik nu daarover wil doorgeven is de wedervraag: "Waarom NIET?". De vraag die mij vooral bezig hield - misschien meer vanuit muzikaal oogpunt - was: "Wie of wat is een goede imitator?" Om hierop een antwoord te kunnen geven moesten de vragen "Wie imiteert wat en hoe?" eerst worden beantwoord. 

De werkwijze 

Wat heb ik gedaan? Het merendeel van de eigen geluidsopnamen is beluisterd en gehoormatig beoordeeld op het voorkomen van imitaties. Om van alle gevonden vogelsoorten een redelijke hoeveelheid gegevens te hebben is in 1990 en 1991 geprobeerd om deze aan te vullen met gegevens direkt uit het veld. Zo is uiteindelijk van 179 geluidsopnamen en de zang van 133 vogels in het veld genoteerd welke imitaties er in voorkwamen. Dat zijn dan merendeels individueel verschillende zangers uit allerlei biotopen. Bij verscheidene opnamen van de zelfde zanger, voor zover dit bekend is, zijn deze samengenomen als één enkele opname. Het is echter mogelijk dat sommige opnamen aan verschillende individuen toegerekend zijn - andere datum en ander repertoire - terwijl zij toch van de zelfde afkomstig zijn. 

Oorspronkelijk werden de zo verkregen gegevens bewerkt tot cijfers en tabellen. Later bleken daarin zo veel fouten te zijn geslopen dat hiervoor de hulp van de personal computer is ingeroepen. Voor de geïnteresseerde: de data zijn met de bijbehorende gegevens - plaats, datum, tijdstip, tijdsduur en dergelijke - in een database opgenomen en dit bestand is door een speciaal daarvoor geschreven programma gelezen om de gewenste cijfers te produceren. 

De imitaties betreffen meestal de zang, maar soms de roep en andere geluiden. In elk geval typerend voor de opgegeven, geïmiteerde soort. De eigen bandopnamen zijn 'toevallig' aanwezige opnamen. Het criterium voor deze opnamen was meestal: kan ik een geslaagde opname maken? Terwijl hèt criterium "Is dit een interessante zanger?" zou moeten zijn. Bij de latere veldnotities is dat wel het geval geweest en hierbij is ook langer geluisterd naar interessante zangers dan anders het geval zou zijn geweest. Beide soorten opnamen zijn, met maar enkele uitzonderingen, in de geografische vierhoek Lelystad, Goor, Arnhem en Putten (Gld.) gemaakt. 

Wat is imitatie ?

Al tijdens het verzamelen van de gegevens kwam de vraag naar voren: "Wat is een (echte, goede) imitatie?" Taalkundig is dat niet zo'n probleem.zanger met sonogram Dat zoeken wij gewoon op in een woordenboek: nabootsing, na-apen, hetzelfde zeggen, etc. In de praktijk blijkt dit echter toch niet zo duidelijk te zijn. Bij veel imitaties is er wel grote overeenkomst met het orgineel in bijvoorbeeld toonafstand en ritme, maar minder in klank en soms minder in toonhoogte. Opvallend is bijvoorbeeld de nabootsing van de typerende zang van de Fitis en de Tjiftjaf [Pilzecker 1976]. Het thema van deze zangers is overbekend. Vooral bij de Fitis: ook de Vink, de Boompieper en de Winterkoning hebben dit zelfde thema aan het begin van hun zang. Maar bij dit onderzoek betreft het steeds een getrouwe nabootsing van de weemoedige Fitiszang. Hetzij geheel of een belangrijk gedeelte ervan. Bij de Tjiftjaf geldt als imitatie het nabootsen van beide slagen of het herhalen van één van beide slagen. 

Moeilijker is het met de roep van de Vink: "pink!-pink!". Dit lijkt sterk op de roep van bijvoorbeeld de Koolmees. Normaal zijn deze op het gehoor al moeilijk te onderscheiden, laat staan als imitatie! Vooral als de onderzochte zanger minder getrouw is in het nabootsen is niet met zekerheid vast te stellen of een Vink of een Koolmees wordt geïmiteerd. Een zelfde probleem geldt voor het alarm van een Roodborst of een Winterkoning. In zulke gevallen was de stelregel: bij twijfel, niet meenemen. De bandopnamen waren hierbij in het voordeel omdat daarbij onduidelijke delen weer konden worden herhaald. Om de zelfde reden waren ook in andere gevallen bandopnamen in het voordeel. Zoals bij storend omgevingslawaai of bij snelle zang (bijvoorbeeld bij Tuinfluiters!). 

Ook een vraag als van de kip en het ei (wie was er eerder?) komt bij dit onderzoek naar voren. Imiteert een vogel - die in zijn zang het 'hieauw!' van een Buizerd opneemt - daarmee daadwerkelijk een Buizerd of juist de meer algemene Spreeuw, een Zanglijster of een Vlaamse Gaai? Drie soorten dus ook graag Buizerden nabootsen. In dergelijke gevallen is consequent voor het origineel gekozen. In dit voorbeeld wil dat dus zeggen: de Buizerd. Bij langer luisteren naar een imitator werd soms duidelijk wie er nagebootst werd. Omdat enkele zangers, vooral de meer bedreven imitators, verschillende fragmenten van de zelfde soort gebruikten of omdat bepaalde fragmenten verscheidene keren en in verschillende kwaliteiten ten gehore werden gebracht. 

Sommige imitaties en gestolen goed laat zich niet zo makkelijk beschrijven of worden door mij niet herkend door gebrek aan kennis van de geluiden van niet-vogels [Radford 1990]. Beide zijn dan ook niet opgenomen. Sommige geluiden lijken sterk op imitaties, maar behoeven dat niet te zijn. Zoals bij de in de voorbeelden genoemde Koolmees, de Glanskop en de Zwarte Mezen. Waren dat bewuste imitaties of is er een 'toevallige' overeenkomst in geluid? Misschien lijken die geluiden alleen voor ons gehoor op elkaar en niet voor de imitator en/of de geïmiteerde! Hoe ontstaan imitaties? Laten wij hierover eens kort filosoferen. Als beide de zelfde oorsprong of reden hebben, is er misschien geen sprake van imitatie maar van gelijke omstandigheden of een overeenkomst in ontwikkeling. Hoe zou die ontwikkeling eruit kunnen zien? 

MOGELIJKE INVLOEDEN BIJ DE ONTWIKKELING VAN DE ZANG: 



- erfelijke eigenschappen 

- opgroeien naar voorbeeld vader

- opgroeien met zang van buren en de vele andere geluiden 

- latere ervaringen in andere biotopen; zwerf-/trekvogel? 

Het wel of niet aanwezig zijn van deze factoren en in welke mate is voor elke vogelsoort weer anders en waarschijnlijk ook voor elk individu. De eerste twee factoren zijn redelijk stabiel en hun invloed zou voorspelbaar kunnen zijn. De duur van de invloed van de vader is echter relatief kort en als dat van toepassing is, dan is ook het 'soorteigen geluid' een imitatie. Namelijk van de vader of van andere soortgenoten! Zie ook [Everdingen 1976]: 'Afwijkende zang door stiefouders?' 

Feitelijk blijf ik op de vraag 'Wat is imitatie?' het antwoord dus schuldig en eigenlijk doet het hier niet veel terzake daar ik mij moest beperken tot de feiten: een imitatie is een voor mij min of meer duidelijke overeenkomst tussen twee geluiden. Hoewel wij dus spreken over een overeenkomst tussen beide, speelt mijn persoonlijke kennis, ervaring en (muzikale) 'smaak' hierin duidelijk mee.

Welke soorten imiteren er?. 

 

Page Update: 22-07-2015 «·» © CNR/FW