CNR-logo

de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

afwijkende zang

 

Start
Terug

 

 

 

Voorbeelden afwijkende zang

Wim Rougoor

Ieder kent ongetwijfeld wel een 'overspannen' Tjiftjaf die, helemaal van slag af, steeds blijft steken bij een 'tjif' of een 'tjaf' om slechts bij uitzondering de andere te laten horen.zanger met sonogram (Tussen twee haakjes: Is het vaker de 'tjif' of vaker een 'tjaf'? Is het wel eens de 'tjaf' waarbij hij blijft steken?) Later in het (voor-)jaar gaat een zacht 'tsr-tsr-tsr' vooraf aan de normale zang. Dan komt men ook zangers tegen die hierbij tijden lang blijven steken: alsof ze niet meer weten hoe het verder gaat [Pilzecker 1976]. Naar mijn ervaring zijn dit geen echte afwijkingen: zo goed als elke Tjiftjaf overkomt dit wel eens en niet bij hem alléén. In april 1991 hoorden we een Tjiftjaf die duidelijk "tjaf-tjif-tjaf-tjif" zong in plaats van het omgekeerde. Dat wil zeggen: bij dit exemplaar lag de klemtoon op de àndere plaats. Opvallend was dat hij dit kon zingen zonder van slag af te raken. Op Vlieland troffen wij eens een Goudhaantje aan dat minutenlang onafgebroken bleef doorzingen en iemand noteerde eens een record Koekoek-roep: 2500 keer in ruim één uur [Labberte 1983]. Volgens mij zijn het meer tijdelijke, externe invloeden die dit veroorzaken. Zoals een leuk vrouwtje in de buurt, een lekker zonnetje op een moment dat hij toch niets beters heeft te doen of angst voor een predator of een concurrent.

Heel goed kan ik mij een Koolmees herinneren die, zij het tijdelijk, zong met het 'zilveren belletje' van een Pimpelmees. Verscheidene keren heb ik van Zwarte Mezen afwijkende zang gehoord. In drie gevallen zongen zij het meer agressiever "té-té-té-té" van een Glanskop. Van één geval was dit naar aanleiding van het passeren van een Vos. Zelf hield ik mijn adem in, de Zwarte Mees echter ging van het normale 'gefiets' over naar het staccato van een Glanskop.

Het omgekeerde beleefde ik op 'Bloemkampen' te Nunspeet. Daar zitten verscheidene Bosrietzangers. Eén van hen, meteen aan het begin van het pad, was in juni nog de hele dag actief met zingen. Beter nog: actief met imiteren. Ook de Glanskop werd door hem nagebauwd en dit tot ergernis van een èchte Glanskop die daar vlakbij foerageerde. Zijn zang klonk nogal geïrriteerd, driftig. De Bosrietzanger bleef echter onverstoorbaar doorgaan en zo ongeveer om de minuut kreeg de Glanskop zijn eigen geluid weer terug als een echo. Toen ging de Glanskop opeens snel 'fietsen' als een Zwarte Mees alsof hij daarmee wilde zeggen: 'Hierin kun je mij lekker niet volgen!'. Wat natuurlijk nog maar de vraag is.

Enige tijd geleden zat aan de Knardijk, bij de Oostvaardersplassen, een Fitis die steevast zijn weemoedige liedje begon met een hees, maar toch duidelijk staccato 'sie-sie-sie-'. Om daar direct op volgend de gewone zang te laten horen. Dit deed hij bijna de hele dag consequent. Slechts af en toe was alleen de normale zang te horen. Hij deed dit ook het hele seizoen vanaf zijn aankomst. Daardoor was hij individueel herkenbaar. Van andere Fitissen zijn weer andere afwijkingen bekend, maar deze zijn moeilijker te beschrijven [Alsem 1980]. De mogelijkheid van individuele herkenning op ons gehoor is bij Fitissen niet zeldzaam, ondanks zijn eenvoudige maar typerende zang. Waarschijnlijk is dit ook van toepassing bij veel andere zangvogels.

winterkoninkjeOp een landgoed bij Oostkapelle hoorden wij een viertal Winterkoninkjes die allemaal de zelfde, kleine variatie ongeveer middenin de normale zang hadden. Andere Winterkoninkjes, zelfs die daar vlakbij leefden, zongen echter zoals wij van hen zijn gewend. Deze afwijking is zonder technische hulpmiddelen - zoals sonogrammen - moeilijk te omschrijven, maar u kunt van mij aannemen dat dit wel goed op het gehoor was te onderscheiden. We kunnen hier van een zeer plaatselijk dialect spreken.

Ten slotte in het algemeen ervaringen die iedereen die regelmatig naar vogels luistert wel eens heeft: u bent ergens en het oor 'valt' op het geluid van, bijvoorbeeld een Boerenzwaluw. Conclusie: hier is ergens een Boerenzwaluw. Deze gedachte is nog maar net door u heengegaan en u tuurt al met toe geknepen ogen het luchtruim af naar zo'n vrolijke fladderaar maar dan blijkt het toch een Bosrietzanger, een Tuinfluiter of een Spotvogel naast u te zijn! U denkt dat de buren kippen hebben gekregen, maar het is feitelijk een Spreeuw of een Merel. U hoort Wulpen, Scholeksters, Grutto's, Kieviten en Kauwen bij u thuis overvliegen terwijl er maar één Spreeuw of Zanglijster is. Hiermee zijn we dan weer terug bij het onderwerp imitaties

 

 

Page Update: 22-07-2015 «·» © CNR/FW