CNR-logo

de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

over imitaties

 

Start
Terug
afwijkende zang
onderzoekje
de imitators
repetoirekeuze
imitatiestramien
imitatie-talent
litteratuur
samenvatting

 

 

 

Introductie op het imitatie-talent van vogels

Wim Rougoor

In het algemeen is de determinatie van vogels, vooral die tussen dichte begroeiing leven, voor het overgrote deel gebaseerd op herkenning van hun zang en andere geluiden. Vooral als de zang gelijkenis vertoont met ons bekende woorden of klanken is, door middel van ezelsbruggetjes, een beestje snel op naam te brengen. Zo zingt een Zwarte Mees zoiets als 'fietsen, fietsen', een Vink 'pinkt' veel en de Tjiftjaf geeft de maat aan met het zingen van zijn eigen naam.

De imitator

Zo hoorde ik eens een zangertje waarvan ik in het begin dacht dat het een Tuinfluiter was. Bij beter luisteren bleek het een zeer goede imitator te zijn. Om u daar in te laten oordelen een opsomming: fragmenten van Heggemus, het zagen van een Koolmees, fluittonen van een Merel (kenmerkend voor een Tuinfluiter = snelle Merel), de slag van een Vink, het schetteren van een Winterkoning, het 'slijpen' van een Spotvogel, gebrabbel van een Kneu, gesjilp van een Huismus (typerend voor een Bosrietzanger), het kakelen van een kip, het 'tepiet-tepiet' van een Scholekster, de 'lokroep' van een Zwartkop, het gekwetter van een Boerenzwaluw, de zang van een Gekraagde Roodstaart, het gekras van een Bonte Vliegenvanger, het 'tierelieren' van een Veldleeuwerik, het snelle 'arre-arre-iet' van een Kleine Karekiet en het rietgefluister van een Rietzanger. Bij elkaar zo'n zeventien vogelnamen waarvan één misschien bij dit beestje zal horen!

Identiteitscrisis

kruiden 1De vermeende Tuinfluiter bleef mij intrigeren vanwege de rijkdom aan variaties en het gemak waarmee zij ten gehore werden gebracht. Dat is bepaald niet typerend voor een Tuinfluiter, dacht ik. Vanwege de slijpende geluiden en de vele imitaties zou een Spotvogel misschien meer voor de hand liggen. Een andere mogelijkheid was een Bosrietzanger (vreemd biotoop echter) om de vele musgeluiden. Ten slotte kon het nog een Zwartkop zijn om de duidelijke 'lokroep' van heldere tonen, maar erg waarschijnlijk acht ik dit niet.

De ras-imitator begon weer te zingen. Al een tijdje liep ik langs de struiken heen en weer om hem te zien te krijgen, echter met weinig succes. Totdat hij opeens uitbundig begon te zingen. Aan het trillen van de takjes kon ik zien waar hij ongeveer moest zitten en al zingend kwam hij geleidelijk aan naar de rand van de begroeiing. Toen werd duidelijk dat het géén Spotvogel of Zwartkop was, want daarvoor ontbraken de duidelijke kenmerken. Eigenlijk waren er maar twee kenmerken: grijsbruine bovenzijde en lichtgrijzige onderzijde. Verder nog een donker oogje dat mij heel even opnam en weg was hij weer. Wat was nu de pootkleur? Midden in de struik zette hij zijn gekweel voort. Toen was het weer even stil en ik vroeg mij af waar hij nu was gebleven. Totdat van direct boven mijn hoofd de inmiddels bekende klanken om mij heen vielen. Ik kwam tot de conclusie dat het wel een Tuinfluiter moest zijn om het ontbreken van duidelijke kenmerken en het afwijkende biotoop voor een Bosrietzanger. Toch bleef ik twijfelen omdat dit anders of een uitzonderlijk geval moest zijn of ik had nooit goed naar Tuinfluiters geluisterd!

Resumé

Ongetwijfeld komt iedere vogelaar herkenningsproblemen zoals deze tegen [Swart 1976]. Bij mij is dit, mede door de geluidshobby, langzamerhand een specialisatie geworden. Zangafwijkingen, imitaties, onderlinge verwantschap die in de zang is terug te vinden, dialecten en andere plaatsgebonden 'afwijkingen', variaties of kenmerken en de overdracht van het repertoire van ouders of buren hebben mijn bijzondere belangstelling. Wat is echter 'afwijkend' of, zoals mensen dat dan graag zeggen, niet-normaal? Volgens mij is, zeker bij vogels, helemaal niets normaal. Maar wij vinden dat wat algemeen is, het meest voorkomt = norm(-aal). Toch zullen ook vogels met een norm hebben te maken, willen zij door andere individuen worden herkend. Deze norm is echter een andere als die van ons. Juist door onze beperkte mogelijkheden - zeker wat ons gehoor betreft - zijn wij te snel geneigd om de verkeerde maatstaven te hanteren bij het determineren en kwalificeren van vogelzang. Om een paar voorbeelden te geven van voor ons niet-normale zang het volgende

 

Page Update: 22-07-2015 «·» © CNR/FW