CNR-logo

de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

historie 2

 

Start
Terug

 

 

 
deel 3: statuten en naam
deel 4: het logo
deel 5: publiciteit
vervolg...

 

 

deel 3: statuten en naam

   
Al voordat de club echt start, leidt een aantal gebeurtenissen tot het ontstaan van een eerste proeve van statuten en een huishoudelijk reglement.
Wim Rougoor vertelt in hetzelfde interview hoe dat ging:
 
   plaatje  
“De NVG leerden we kennen op een beurs, de Jaarbeurs geloof ik. Bert vond dat we daar maar eens een stand moesten gaan inrichten. Dat had hij allemaal georganiseerd, een recordertje, luidsprekerboxen erbij, en dan liet hij daar in die Jaarbeurs edelherten horen! Nou dan krijg je wel belangstelling hoor! Kwamen ze van heinde en verre aanlopen om te luisteren. Vraagt er eentje: wat is dat nou, is dat een koe? Sommigen hadden geen flauw benul wat ze eigenlijk hoorden - het is ook een typisch oer-geluid, voor onze begrippen van wat we in Nederland horen, en zeker met de akoestiek van de Kroondomeinen erbij, die dalen - dat geeft een heel aparte sfeer.”
   plaatje
   
Die beurs levert ook nog ‘iets heel anders’ op: een nieuw lid van de toen nog op te richten club! Wim vervolgt:
 
   plaatje   “Op die Jaarbeurs ontmoetten we ene Joop Nijenhuis. Die werd ook gelokt door dat geluid van de edelherten, bleef ook bij die stand staan, was er niet bij weg te slaan. En die werd dus ook meteen lid van de club. Hij was echt een techneut. Van vogels opnemen had hij überhaupt nog nooit gehoord.”    plaatje
 klik op plaatje voor grotere weergave
   plaatje  
”Samen hebben we toen statuten en huishoudelijk reglement in elkaar gedraaid. Hij is geloof ik drie of vier keer bij mij thuis geweest. Dat was echt Joop z‘n pakkie an: die was aardig thuis in de ambtelijke taal. Ja, je moet toch ergens mee beginnen, je kunt wel zeggen: we hebben een aantal mensen die bij elkaar komen, en leuk om van elkaar de neuzen te zien, de handjes te schudden enz., maar het idee van statuten en huishoudelijk reglement is toch wel iets om zwart-op-wit te hebben. Wat is het doel van de vereniging: daar moet dan over nagedacht worden. Wat zijn zo de regels voor het lidmaatschap, beperken we ons alleen tot Nederland, of ook buiten Nederland - dat zijn wel vragen waar je antwoord op moet vinden.”
   plaatje
   
Al snel wordt duidelijk dat de informele manier van met elkaar omgaan het beste tot uitdrukking komt in de aanduiding club. En tijdens de tweede meeting, op 10 oktober van hetzelfde jaar 1987, wordt gekozen voor de definitieve naam:
Club voor Natuurgeluiden Registratie’, afgekort: CNR.
Kort daarna worden ook de statuten en het huishoudelijk reglement vastgesteld. Hieronder zie je de eerste twee artikelen van de statuten:

klik op plaatje voor grotere weergave

plaatje

Hoewel beide documenten in ambtelijke taal zijn opgesteld, wordt er van de statuten nooit een notariële akte opgemaakt. Dit komt een kwart eeuw later goed uit: in 2012 komt binnen de club de vraag op of de statuten en het huishoudelijk reglement langzamerhand niet aan herziening toe zijn. Een aantal jaren en heel wat overlegsituaties later, inclusief een bezoek aan een notaris, wordt in november 2015 definitief gekozen voor alleen een huishoudelijk reglement en geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Klik hier  voor de actuele versie van het reglement.
 

 

 

 

deel 4: het logo

 
   
Natuurlijk moet er ook aan promotie gedaan worden. Daarbij is een herkenbaar beeldmerk erg bruikbaar. Voor de derde bijeenkomst, op 2 april 1988, staat het op de agenda: ‘uitgaande van de letters CNR een logo ontwerpen, eventueel met een tekeningetje’. En dat slaat kennelijk aan: er komt een flink aantal creaties binnen! Wim zet ze samen op één pagina:
 
   
klik op plaatje voor grotere weergave

plaatje
 
   
Maar ook Wim zelf laat zich van zijn creatieve kant zien: tijdens het interview eind 2012 vindt hij in zijn archief een heel aparte compositie van zijn hand:
 
   
klik op plaatje voor grotere weergave

plaatje
 
   
Zijn commentaar, zoveel jaren later:

"Het was een probeersel voor het logo. Ik denk dat ik naderhand tot de ontdekking kwam dat die C en die N te ver uit elkaar zaten en toen voor het gemak er wat tussenuit heb geknipt; daarom zit er een plakbandje bij. Je kunt wel zien: dit is uiteindelijk het logo geworden, min of meer: de hoofdletters werden uiteindelijk kleine letters, een vrij simpel en strak lettertype. Ik heb een tijd zitten hobbyen, dat kun je ook nog zien: om die boog. Die parabool moet natuurlijk duidelijk wezen, anders is het geen parabool meer, en dan die C er toch los van: in drukwerk moet je er al gauw voor uitkijken dat het niet dicht vloeit - op een gegeven moment zitten die schotel en die C aan elkaar vast, en dan kun je het niet meer lezen. Een kenmerk van een logo is dat je in één oogopslag ziet van: oh, daar staat CNR. Als de mensen moeten puzzelen: wat staat er eigenlijk? dan ben je verkeerd bezig."

Het uiteindelijke resultaat prijkt rond 1990 op brieven en info-bladen van de club, in twee versies. Rond de eeuwwisseling ziet een ander ontwerp het licht, sindsdien nog steeds in gebruik:
 
   
klik op plaatje voor grotere weergave

plaatje
 
 

 

 

deel 5: publiciteit

   
Al snel na het ontstaan van de club wordt er stevig ‘aan de weg getimmerd‘. Op deze pagina vind je daarvan een paar opvallende staaltjes.

Kort na de derde club-bijeenkomst, dd 2 april 1988, verschijnt op 19 mei een artikel in het Eindhovens Dagblad. Het is de weerslag van een gesprek dat verslaggever Ruud Groen de dag ervoor had met CNR-lid van het eerste uur, Jelle de Leeuw. Hieronder volgen enkele karakteristieke passages. Klik op het vogeltje voor de volledige tekst van het artikel.

 
plaatje   Onder ons met Ruud Groen
Er zit meer klank in de natuur dan je zou denken


Ooit van het werkwoord frazelen gehoord? Ik niet. Dus onmiddellijk opgezocht en jawel, het staat in de Van Dale, al schijnt dat volgens taalkundigen nog lang geen garantie te zijn dat het ook werkelijk Nederlands is. Frazelen betekent brabbelen. Zoals peutertjes dat doen als ze leren praten. Maar vogels kunnen ook frazelen, zo leerde ik gisteren van Jelle de Leeuw. Dan zitten ze met gesloten snavel maar wat voor zich uit te neuriën, zonder bladmuziek op de lessenaar en zonder enige vocale pretentie. Gewoon maar lekker zitten frazelen. Wat is het soms heerlijk om een vogel te zijn.

Jelle de Leeuw is een van Eindhovens meest vooraanstaande natuurkenners. Vele jaren lang is hij aan het hoofd van leergierige groepjes wandelaars of fietsers door het Brabantse landschap getrokken. En daar was het dat de kiem werd gelegd voor wat nu zijn voornaamste liefhebberij is geworden, het opnemen en vastleggen van geluiden in de natuur. Geluidsjager? Een huivering van afgrijzen was het antwoord.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Er zit meer klank in de natuur dan je als asfaltsloffer op het eerste gezicht zou denken. Het zingen van de vogels is het meest voor de hand liggende geluid. Toch zingen vogels lang niet elke dag en ook lang niet altijd even geïnspireerd. Sterker nog: binnen één en dezelfde soort heb je uitgesproken zangtalenten, maar ook exemplaren die reeds na drie maten van de notenbalk tuimelen. Er zijn ook andere klanken. Het gekwaak van de kikkers, bijvoorbeeld. Het getjilp van de veldkrekel. Als je daarvan het aantal tjilpjes per minuut optelt en vervolgens door twee deelt, dan heb je de temperatuur van dat ogenblik. Toch mooi even geleerd van Jelle de Leeuw.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Jelle de Leeuw, één der veertig leden van de vorig jaar opgerichte "Club voor Natuurgeluidenregistratie", liet me tenslotte een heel zeldzame opname horen, die hij gemaakt had in Heezenbeek, tussen Best en Oirschot.
"Daar zaten koperwieken te frazelen in de boomkruinen. Ik richtte er mijn parabool op en begon op te nemen. Plotseling houdt het frazelen op en wordt het stil, op een paar waarschuwingskreten na.
En in die stilte hoor ik plotseling het aanzwellende geraas waarmee een sperwer laag over de boomtoppen kwam scheren. Het was een angstaanjagend geluid. Luister maar."
    plaatje
       klik op plaatje voor grotere weergave
     
plaatje
 

 

 
plaatje  
‘Burlende edelherten, je krijgt er kippevel van‘
Dat is de titel van een interview met Bert Kelderman, door ene Harry Schipper, waarschijnlijk herfst 1989 verschenen in het Veluws Dagblad.
Ook van dit artikel enkele kenmerkende passages. Klik op de foto links voor de volledige tekst van het interview.

 
    PUTTEN - Het niet te definiëren geluid van een burlend edelhert tijdens de bronsttijd. Voor weinig Nederlanders is het waarnemen daarvan weggelegd.

Voor Bert Kelderman (35) is zo'n burlend edelhert met z'n machtige gewei echter gesneden koek. De fors gebouwde Puttenaar komt er eerlijk voor uit: ‘Ik ben helemaal knotsgek van die burlende edelherten’.
Kelderman, van origine Canadees, maar al sinds 1971 woonachtig in Nederland, zegt alleen op het geluid al te weten om welk hert het gaat. Sinds een jaar of tien is hij vrijwel elk moment van z'n vrije tijd te vinden In de bossen waar het Veluws grofwild zich geregeld ophoudt.

Microfoon
Gewapend met recorder en microfoon, gemonteerd op een parabolische reflector, jaagt Kelderman vooral in de bronsttijd van het edelhert naar de geluiden die de mannetjesherten dan maken. ‘Het liefst ga ik tijdens een onbewolkte najaarsnacht. En dan wel zo koud mogelijk, met zo'n mooie open hemel. Dan zijn de edelherten het alleractiefst. Vooral als ook de vorst al op de grond zit, dan zijn de edelherten het meest hitsig.’
‘En bij volle of afgaande maan. Dat is het mooist, want dan kunnen ze elkaar zien. Dan burlen ze als een gek. Ze zijn dan ontzettend agressief. In die nachten heb je de mooiste gevechten. Meestal hebben die gevechten in de nabronst plaats, als er nog een hinde, een vrouwtjesedelhert, beslagen moet worden. Bij reeën is dat trouwens net andersom. Die worden juist hitsig bij warmer weer, zoals nu.’
- - - - - - - - - - - - - - -
Berts ogen beginnen te glinsteren bij de gedachte aan zo’n nachtelijke tocht door de bossen. Thuis, in de huiskamer, hangen naast reusachtige geweiën zelfgemaakte natuurfoto‘s van ontmoetingen met kapitale edelherten en roedels reeën. Bert: ‘Ik ben in ‘75 begonnen met wildfotografie. Vanaf ‘79 ben ik me ook bezig gaan houden met geluidenregistratie, waarvan de laatste vier jaar pas echt intensief. Hij pakt één van de tientallen geluidsbanden die hij in een kast heeft staan. ‘Vogels, reeën en edelherten, dat zijn m‘n specialiteiten", meldt Bert Kelderman niet zonder trots. ‘Bij elkaar heb ik wel zo'n vijfenzeventig tot honderd uur natuurgeluiden, die ik vanaf 1978 heb verzameld.’ En ter illustratie: ‘Als je ze wilt afluisteren, heb je daar wel een hele week voor nodig.’

Kippevel
Hij legt zorgvuldig de band om de spoel van een imposant ogende bandrecorder en draait daarna wat aan de volumeknop totdat opeens uit de geluidsboxen het burlen van de edelherten weergalmt. ‘Wat een schitterend mooi geluid hè", zegt hij, voor zich uit starend. ‘Ik zie het nog precies voor me. Tjonge, ik krijg er elke keer weer kippevel van. Dat klinkt misschien gek voor een niet-kenner, maar voor mij klinkt dit echt als muziek in m'n oren. Net zoiets als mensen die van kunst houden, dat ‘gevoel’.’
    plaatje
       klik op plaatje voor grotere weergave

vervolg...

 

 

 

 

Page Update: 15-09-2016 «·» © CNR/FW